WIA-beoordeling
Slide background

Het UWV beoordeelt of u recht heeft op een WIA-uitkering. De beoordeling (keuring) bestaat uit 2 delen. Eerst heeft u een gesprek met een verzekeringsarts. Daarna met een arbeidsdeskundige.

 

Bezoek aan de verzekeringsarts

De verzekeringsarts bekijkt uw gezondheid, uw klachten en wat u nog kunt doen. Hij gebruikt daarbij een zogenaamde ‘functionele mogelijkhedenlijst’. Op deze lijst staan zes onderdelen waarop u wordt beoordeeld, namelijk:

  • persoonlijk functioneren
  • sociaal functioneren
  • aanpassing aan fysieke omgevingseisen (de werkplek) dynamische handelen (bewegen)
  • statische houdingen (zitten en staan)
  • werktijden

Per onderdeel geeft de arts aan wat u kunt in vergelijking met een gezond persoon. De verzekeringsarts beoordeelt ook wat uw kansen op herstel zijn. Vindt de arts dat u nog mogelijkheden heeft om te werken? Dan krijgt u een gesprek met een arbeidsdeskundige. Dit gebeurt bij de meeste mensen. Soms krijgt u eerst nog een gesprek met een tweede arts van het UWV.

 

Bezoek aan de arbeidsdeskundige

De arbeidsdeskundige kijkt welke banen u nog zou kunnen doen. Hij gebruikt daarvoor een computersysteem waarin 7.500 banen staan. De arbeidsdeskundige houdt rekening met de beperkingen die de arts heeft aangegeven. Ook zoekt de arbeidsdeskundige naar banen met een zo hoog mogelijk loon. Uiteindelijk kiest hij de 3 banen uit met het hoogste loon. Deze banen zet hij in uw arbeidsmogelijkhedenlijst.

Tip: Vraag of u de arbeidsmogelijkhedenlijst mag zien. Controleer of de opleidingseisen niet hoger zijn dan uw opleiding.

De arbeidsdeskundige gebruikt het middelste loon om te berekenen wat uw arbeidsongeschiktheidspercentage wordt.

 

Een voorbeeld: 

Rachel werkt als ziekenverzorgende in een bejaardentehuis. Door rugklachten en psychische klachten kan ze dat werk niet meer doen. De arbeidsdeskundige vindt 3 banen die Rachel nu nog kan doen. De middelste baan is receptioniste. Als receptioniste mag ze niet meer dan 20 uur per week werken.
Vroeger verdiende Rachel 1300 euro per maand. Nu kan ze volgens het computersysteem nog 700 euro verdienen. Haar arbeidsongeschiktheidspercentage wordt dan:

€ 1300 - € 700
------------------------- x 100% = 46 % arbeidsongeschikt
€ 1300

 

Hoe hoger het loon van de functies die u nog kunt uitoefenen, hoe lager het arbeidsongeschiktheidspercentage. Dit percentage is belangrijk om te bepalen of u recht heeft op een uitkering.

 

De uitslag van de beoordeling

Na de beoordeling van uw arbeidsongeschiktheid zijn vier beslissingen mogelijk:

  • Volledig én duurzaam arbeidsongeschikt
    U bent 80-100% arbeidsongeschikt en u hebt maar een kleine kans op herstel. U krijgt een IVA-uitkering.
  • Volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt
    U bent 80-100% arbeidsongeschikt, maar het UWV denkt dat uw gezondheidsklachten niet blijvend zullen zijn. Er is kans op herstel. U krijgt een WGA-uitkering.
  • Tussen de 35% en 80% arbeidsongeschikt
    U bent meer dan 35% arbeidsongeschikt, maar niet volledig én duurzaam. Ook in dit geval krijgt u een WGA-uitkering.
  • Volledig arbeidsgeschikt of minder dan 35% arbeidsongeschikt
    U bent volgens het UWV volledig arbeidsgeschikt óf minder dan 35% arbeidsongeschikt. U heeft dan geen recht op een uitkering. Samen met uw werkgever kijkt u of het mogelijk is uw eigen werk aan te passen. Misschien is er binnen uw organisatie ander passend werk te vinden. Is dit niet mogelijk? Dan moet uw werkgever samen met u naar werk zoeken bij een andere werkgever.

 

Bent u het niet eens met de uitslag van de beoordeling? Dan kunt u bezwaar maken en in beroep gaan.